Historisch Austerlitz

 

 

 

 

  Home

Hist. Austerlitz

 

 

 

 

 

 

 

 

Onderstaand enkele overzichten, waarvoor in mijn boek "De Pyramide van Austerlitz - monument uit de Franse Tijd" geen plaats meer was, plus een vertaling van een gedeelte uit de memoires van Jean François Dumonceau, de zoon van de commandant van de Bataafse divisie, generaal J.B. Dumonceau, die enkele bezoeken aan het kamp heeft gebracht.

Desgewenst kunt u dit afdrukken en aan uw exemplaar van het boek toevoegen.

Heeft u dit boek nog niet? Kijk dan op:

http://www.kleinegeschiedenisvandeheuvelrug.nl/

Het boek is (nog) voorradig bij de uitgever of bij
supermarkt Attent Cees van Dijk, Oude Postweg, Austerlitz.

 

Inkwartiering officieren in Utrecht 1804

Letter en  nrs. der huizen:

Naamen der bewoners:

Naamen der
gelogeerde
officieren:

Rang der officieren:

 

 

 

 

A-36

de heer Minjon

Julien

secretaire au Bureau de sous-inspecteur à revue; chemier

A-37

de heer Staal

Amielh   

directeur des vivres, viande

A-267

de heer Hofmeester

Paissé     

Pharmacien principal de l'Armée

A-379

de heer Kien

Braissaud

Collonel commandant du 35e regiment

A-380

de weduwe Van Vlooten

Moncabrie

Major d'Artillerie

A-394

de freule Perponcher

Contailloux

Aide de camp du général Firlet

A-455

mevr. Pesters

Stanislas Hûe

Commissaire des Guerres

A-559

de heer Rappart

 

Bureau van de major d'artillerie Moncabrie

A-571

de heer Verloren

S. Fournier

Payeur par interim

A-637

de heer Jolles

Nouvel

Capitaine de Fregate; aide de camp

B-28

de heer De Leeuw

La Coste

Payeur de l'Armée

C-43

de heer Yvoy

Salomon

Medicin en chef de l'Armée

C-54

de heer Van Leek

La Coste

Employé à la poste de l'Armée

C-55

de heer Schott

Paulette

Pharmacien du 1e classe

D-44

de heer Gerbaulet

Dania

Employé à l'administration des Postes

D-61

de weduwe Arntzenius

Lamy

Capitaine de Genie

E-134

de heer Bentink

Bourgade

Collonel d'un bataillon du 35e regiment

E-454

de heer Reitz

Michaux

Employé

F-94

de heer Van Lunenburg

Cerise

Adjudant général commandant la 1e division

F-99

de heer Van Westreenen

Guion

ordonnateur du camp

F-100

de heer Ravesteyn

Druët      

Secretaire du général Vignolle

F-144

de heer Van Lauwenrecht

Meinadier

Aide de camp du général Boudet

F-146

de heer Van den Heuvel

Kerboux

Aide de camp du général Boudet

F-148

de heer Verzijl

Boutin

Capitaine du Genie

F-154

de heer Altheer

Dechamps

Commissaire des Guerres

F-156

de heer Thuil v. Hees en Leen

Devaux

Collonel

F-190

de heer Sanderson

Marin

secretarie du commissaire des Guerres des champs

F-192

de heer Van Doelen

Vuy

Secretaire de l'adjoint commandant Cerise

F-200

mevr. de weduwe Carlie

Enée

Aide de camp du général en chef

F-209

de heer Geerling

...

Le secretaire de l'ordonnateur du camp Guion

F-282

de heer Feith

d'Orlemont

Inspecteur des Postes de l'Armée

G-3

de heer Story van Blokland

Chenier

Sous-inspecteur aux Revues

G-127

de heer Van Blijdenberg

Faigand

Adjoint a` l'Etat Major

G-204

de heer Greeve

Richemont

Aide de camp du général en chef

G-205

mevr. de weduwe De Ridder

Clerc

Aide de camp du général en chef

G-235

de heer De Ridder

Beauvoir

Adjoint à l'Etat Major

G-261

....

Carassa

Médicin

G-264

de heer Van Bronckhorst

Poulain

Médicin-N.B. zonder billet hier ingetrokken

G-266

de heer De Joncheere

Choisy

Aide de camp du général Cassagne

G-268

mevr. wed. Van der Hagen

Gay

Collonel du 35e regiment

G-270

erven wijlen wed. v.d. Hagen

Cassagne

Général

G-287

de heer Van Romond

Trailhier

Capitaine de Genie

G-288

de heer Van Natewisch

...

le Bureau du général Firlet

G-306

de heer Van der Kum

Lespinaux

Aide de camp du général Boudet

G-307

mevr. De Lelie

de Losmes

Chef du bataillon adjoint à l'Etat Major

G-315

de heer B. de Geer

Thumin

Directeur du service fourage et chauffage

G-317

mevr. de weduwe Bachiene

Ferry

Aide de camp du général en chef

G-318

mevr. weduwe v. d. Heuvel

du Rosier

Collonel du Genie

G-319

Verschoor

Seignor Sére

Lieutenant-collonel, commandant la Gendarmerie

G-329

juffrouw Alstorphius

Vigent

Collonel d'un bataillon du 35e regiment

G-375

mevr. de weduwe Kempenaar

Chalbos

Collonel du 8e regiment d'Hussards

H-113

de heer Van Rijssel

Guérin

Général d'Artillerie

H-348

P. de Groot

Henrion  

Secr. du coll.Abboville; voor mej. Bosch,  nr. 390

H-349

de heer Van Weede

de la Porte

Officier à l'Etat Major

H-354

mevr. douarière v. Hardenbroek

Aubernon

Commissaire ordonnateur en chef de l'Armée

H-357

de heer Van der Velden

Simonnin

Agent en chef des hospitaux militaires

H-358

de heer Van Ewijk

la Fosse

Aide de camp du général en chef

H-362

de heer Van Thuil

Dubois

Aide de camp du général Rousseau

H-380

de heer Schalkwijk à Velden

Boissac

Aide de camp du général Vignolle

H-383

de heer Kien

Jardet

Aide de camp du général en chef

H-388

de heer Swellengrebel

Duperreux               

Sous-inspecteur à Revue

H-391

 

 

Le logement du général en chef

H-392

de heer Van der Werff

Villehaut

Secretaire interprête du général en chef

H-403

de heer Van Brinckhorst

Bertrand

Collonel d'un bataillon du 35e regiment

H-483

de heer Van Vliet

de Lorts

Aide de camp du général Vignolle et Bureau du dit général

H-484

mefuffrouw Berger

Vignolle

Général

H-485

mevr. Van der Velde

Kuitenberg

Aide de camp du général Firlet

H-486

mejuffrouw Oosterdijk

Mauran

Adjoint à l'Etat Major

H-487

mejuffrouw Van der Goes

Firlet

Général d'Artillerie

H-488

mevr. Strick van Linschoten

Abboville

Collonel d'Artillerie

H-489

mevrouw Hovy

Bureau    

Aide de camp du général Cassagne

H-490

de heer Tonneman

Rousseau 

Général de Brigade

H-491

hr. Strick v. Linschoten v. Rijnauwen

Gayet

Aide de camp du général en chef

H-493

mevrouw Van Horssen

Philibert

Capitaine de Genie

H-497

de heer Nepveu

Soumise

Collonel du Genie

H-500

de heer Heilman

Heilman

Capitaine de la compagnie d'Elite Dragons Batave

H-503

mevr. douarière van Hees en Leen

Gardeur de Tilly

Aide de camp du général Lery

H-504

de heer De la Court

Lery

Général

H-505

de heer Joncheere

...

le Bureau du général Lery

H-506

de heer Kierre

Walters

Aide de camp du général Lery

H-511

mevrouw Daunis

le Miere

Capitaine adjoint du Genie

H-519

de heer Rendorp

Pasquier

Chirurgin en chef

H-629

hr. v.d. Muelen v. Maarssenbroek

Godart

Commissaire des Guerres

H-631

de heer Coenen

...

le Docteur de la Garde du général en chef

H-632

de heer Overmeer

Dubouchet

Commissaire des Guerres adjoint

H-633

de heer Van Oort

...

le Bureau du Commissaire des Guerres

H-634

de heer Van Outshoorn

Gerandon

Commis

H-670

de heer Tervelden

Jacob

Commandant d'Armes de la Place

Aldus deze lijst bij het gemeentebestuur der stad Utrecht van de commissie tot de Inkwartiering en Cazernering ingediend op maandag den 19e november 1804.

P. de Roock.'

 

(Bron: Archief Stadsbestuur (Utrecht) III, stedelijke besturen 1795-1815, inv.nr. 2, raadsnotulen; Het Utrechts Archief)

                             

        ____________________          

Sterkte legerkorps 1804

Marmont noteerde de sterkte van zijn legerkorps. Het bestond uit dertien Franse en twaalf Bataafse bataljons, zeven Franse en vier Bataafse eskadrons en veertig kanonnen. De totale sterkte was 21.600 manschappen en 3.000 paarden. Dit getal is onjuist, althans voor het Kamp; zie onderstaand. Deze troepen vormden drie divisies: twee Franse (de tweede hiervan aangevuld met een Bataafs regiment) en een Bataafse divisie. De eerste Franse divisie stond onder commando van generaal Boudet, de tweede onder generaal Grouchy en de Bataafse divisie onder luitenant-generaal Dumonceau.

 Floriet (zie literatuurlijst in het boek) publiceert het volgende overzicht:

Bevelhebber: Marmont, generaal, kolonel van de jagers.
Adjudanten:
Desvaux, kolonel; Richemont, eskadroncommandant; Gayet, Ferry (ook: Sery) en Leclerc, kapiteins; Chatry-Lafosse, luitenant; Rigo en Testas, Bataafse kapiteins.
Generale staf:
Vignolle, luitenant-generaal,  chef-staf; Raymond Delort, adjudant, souschef generale staf; Bigex, Charroy, Jardet en Lemière, kapiteins; Beho en Zimerski, Bataafse kapiteins, toegevoegd aan de staf.
Bataljonscommandanten: Delosne en Prezbendowski.
Commandant van de artillerie: Firlet, generaal-majoor.
Adjudanten:
Demay, kapitein; Coustailloux, luitenant.
Generale staf van de artillerie: Foy, kolonel, chef.
Commandant van de genie:
Somis, kolonel.
Commandant van de gendarmerie:
Nourry, kapitein en hoofdfacteur.
Inspecteurs van de wapens en hoofdbestuurders:
Guyon en Siauve, commissarissen van Oorlog.

1e Divisie.
Boudet, luitenant-generaal.
18e regiment lichte infanterie; 11e en 35e regiment van linie; artillerie te voet; artillerietrein.

2e Divisie.
Grouchy, luitenant-generaal.
8e, 84e en 92e regiment infanterie van linie; artillerie te voet; artillerietrein.

3e Divisie.
Dumonceau, luitenant-generaal.
1e en 2e regiment Bataafse jagers, 1e, 2e en 6e Bataafse regiment infanterie van linie; troepen van Waldeck; artillerie te voet.

Cavalerie divisie.
Lacoste, luitenant-generaal.
8e regiment jagers; 6e regiment huzaren; Bataafse dragonders; Bataafse huzaren.

Artilleriepark.
Aboville, kolonel, directeur.
Artillerie arbeiders en -trein; sappeurs [= aanleggers van loopgraven]; Bataafse artillerie.

Totaal van het 2e korps: 25 bataljons, 12 eskadrons, 13.569 manschappen, 1.069 ruiters, 1.280 artilleristen, maakt een totaal van 15.918 manschappen.

Dit aantal is dus in tegenspraak met het eerder door Marmont opgegeven aantal van 21.600 militairen. Vermoedelijk is dit een fout in deze bron. In het algemeen wordt in de oudste literatuur een aantal genoemd dat zich rond de 18.000 beweegt. Bedacht moet worden dat een aantal van de genoemde legeronderdelen niet in het kamp, maar in omliggende dorpen gelegerd waren. Hoeveel dat er waren, is slechts bekend van Amersfoort: daar bevonden zich ruim 900 cavaleristen. Op basis hiervan mag aangenomen worden dat het totale aantal militairen dat niet kampeerde maar kantonneerde, maximaal 2.000 zal hebben bedragen.

Uit het volgende overzicht blijkt dat het aantal Franse militairen 13.806 bedroeg. Het is verantwoord de Bataafse divisie op afgerond 5.400 manschappen te stellen. Hieruit resulteert dat ongeveer 17.200 manschappen zich in het Kamp hebben bevonden. Tijdens de manoeuvres kwamen ze allemaal naar het Kamp, zodat de bezetting dan ongeveer 19.000 geweest is. De veelvuldige tussentijdse overplaatsingen, de relatief vele vacante plaatsen en de verlofregelingen zijn alle redenen voor afwijkingen. Men ziet dit ook aan de verschillen in getalsterkte van de bataljons en compagnieën. Ook is er nog de mededeling: ‘zonder de bedienden van de generaals en de legertrein mee te tellen.’ De stelling dat de normale bezetting gemiddeld ongeveer 18.000 mannen bedroeg, kan dan ook gehandhaafd blijven.

____________________

 

Situatie van de Franse en Bataafse troepen op 29 juli 1804

G e n e r a l e   S t a f
 

Marmont, bevelhebber

Desvaux

kolonel

 

 

Richemont

kapitein

adjudant

 

Gayet

kapitein

      "

 

Sery

kapitein

      "

 

Leclerc

kapitein

      "

 

Chatry-la Fosse

luitenant

      "

Vignolle, lt.-generaal

Meinadier

kapitein

adjudant

  Chef van de Generale Staf 

Boissac

kapitein

      "

Delort, adjudant-majoor

Blondeau

bataljons-commandant

 

   ondercommandant Generale Staf

Delosme

idem

 

 

Bigex

kapitein

adjudant

 

Charroy

kapitein

      "

 

Jardet

kapitein

      "

 

Châteaux-Puguet

kapitein

      "

 

Lemière

kapitein

      "

Firlet

Demay

luitenant

adjudant

  generaal 13e commando artillerie

Coustailloux

luitenant

      "

Soy, kolonel

 

 

 

  chef Generale Staf artillerie

 

 

 

Lery, generaal

 

 

 

     13e commando genie

Legardeur

kapitein

adjudant

 

Waterde

luitenant

      "

Somis, kolonel

 

 

 

     chef Generale staf Genie

Aubernon

 

 

 

Burel

 

 

Guion, commissaris van Oorlog belast met algemene leeftocht in het Kamp Utrecht.
Siauve, commissaris van Oorlog belast met de politie; opzichter van de hospitalen.
Stanislav-Hue, commissaris van Oorlog, belast met diensten van artillerie.
Aubernon, adjunct van commissarissen van Oorlog, belast met diensten van het hoofdkwartier.

G a r d e  v a n   d e   o p p e r b e v e l h e b b e r

Deschamps, eskadron-commandant, tijdelijk adjunct-commandant van de Garde

 

 

 

manschappen
present          hospitalen

totaal aan
mannen                 paarden

 

 

 

     

 

Jagers te paard

8e regiment

elite-compagnie

               63                      -

                       63                          65

Huzaren

6e regiment

elite-compagnie

               63                      -    

                       63                          67

 

 

Totaal:

             126                      -

                     126                        132

G a r d e   v a n   h e t  H o o f d k w a r t i e r
 

 

 

manschappen
present      hospitalen

           totaal aan
mannen        paarden

Grenadiers

compagnie 4e bat., 11e regt.

66                         4

    70                     -

  compagnie 4e bat., 35e regt.

 53                        10

    63                     -
  compagnie 4e bat., 92e regt.

 67                          7

     74                    - 

 

Totaal:

 186                      21

   207                    -

1e   d i v i s i e   K a m p   U t r e c h t
 

Boudet, generaal

Duchey

eskadron-commandant

 

 

Lespiaut

kapitein

adjudant

 

Kerboux

luitenant

      "

Cassagive, generaal-majoor

Buzeau

kapitein

adjudant

 

Choisy

luitenant

      "

Soyez, generaal-majoor

Goldenberg

luitenant

adjudant

 

Miepce

luitenant

      "

Cerise, adjunct-commissaris

Ernée

kapitein

adjudant

 chef Generale Staf

Autye

kapitein

      "

 

Boutin

kapitein van de genie

 

 

Cheniev

onderinspecteur wapens

 

 

Godard

commissaris van Oorlog

 

 

Dubouchet

adj. commiss. van Oorlog

 

                

 

 

manschappen
present          hospitalen

totaal aan
mannen                 paarden

Generale Staf van de divisie

 

               17                      -

                      17                          -

Lichte inf. 18e regiment 1e bat. in het kamp              688                    62                     781                          -
  2e bat. in het kamp              733                    73                     836                          - 

Inf. van linie 35e regiment

1e bat. in het kamp

             599                    62

                    661                          -

  2e bat. in het kamp              585                    66                     651                          -
  3e bat. in het kamp              556                  84                     641                          -
Inf. van linie 11e regiment 1e bat. in het kamp              716                  123                     839                          -
  2e bat. in het kamp              697                  138                     835                          -
  3e bat. in het kamp              678                  121                     799                          -
 

Totaal:

           5269                  729                   6060                          -

2e  d i v i s i e   i n   h e t   K a m p   U t r e c h t
                                                                                 

 

 

manschappen
present          hospitalen

totaal aan
mannen                 paarden

Generale Staf

 

               13                -

           13                          -

Inf. van linie 84e regiment 1e bat. in het kamp              743              32          839                          -
  2e bat. in het kamp              698              33          803                          - 

 

3e bat. in het kamp

             688               52

         803                          -

Inf. van linie 92e regiment 1e bat. in het kamp              671               92          772                          -
  2e bat. in het kamp              637               95                  743                          -
  3e bat. in het kamp             632                99           742                          -
 

Totaal:

           4154             410         4789                         -

C a v a l e r i e   d i v i s i e   i n   h e t   K a m p  U t r e c h t
                                                                                     

 

 

manschappen
present          hospitalen

totaal aan
mannen                 paarden

 

Oorlogseskadrons

                                   

                                             

Huzaren 6e regt. 3 esk. in Amersfoort              490                     4            494                          457
Jagers te paard 8e regt. 3 esk. in Amersfoort              414                     6            420                          370

 

Depot-eskadrons

 

 

Huzaren 6e regt. 1 eskadron in Zutphen              216                    16            235                            79
Jagers te paard 8e regt. 1 eskadron in Deventer              308                  12                   324                          129
 

Totaal:

           1428                    38          1473                        1033

A r t i l l e r i e   p a r k

Aboville                                kolonel, directeur van het park
Braun                                    majoor, commandant van de veldtocht uitrusting
Claudel                                 bataljonschef, onderdirecteur
Couloumier                          bataljonschef
Mongenet                            bataljonschef
La Combardièze                 kapitein
Michel                                   kapitein
Bouzique                              kapitein
Capot                                    kapitein
Renundot                             kapitein
Garnier                                 kapitein    
                                                                                             

 

 

manschappen
present          hospitalen

totaal aan
mannen              paarden

 

Artillerie te voet

                                   

                                             

8e regt. 3e compagnie in het kamp                 4                      6         10                       -
              4e compagnie in het kamp               69                      3         72                       -

              7e compagnie

in het kamp

              64                      1

        65                       -

              9e compagnie in het kamp               70                    11         81                       -
  Artillerietrein    
7e regt. 1e compagnie

in het kamp

              98                     2       100                  187
              2e compagnie in het kamp               97                     3       100                  187
              3e compagnie in het kamp               77                     9         86                  138
              4e compagnie in het kamp               85                     9         94                  132
              5e compagnie in het kamp               75                     5         80                  114
              6e compagnie in het kamp               85                   10         95                  115
              depot in het kamp                 7                     7                               137
 Artillerie arbeider 8e comp. in het kamp

......56...............1......................

......57......................
          

Totaal:

            787                  67       840                1010

G e n i e   p a r k

Rouziel                   bataljonschef; directeur van het park
Lami                       kapitein van de genie
Philibert                 kapitein van de genie         
                                                                                 

 

 

manschappen
present          hospitalen

totaal aan
mannen                 paarden

Sappeurs 4e bataljon 7e comp.

in het kamp

        91                   2             

                96                           -

Mineurs detach 4e compagnie in het kamp ......22................-........ .............22.....................-......
 

Totaal:   

     113                    2               118                          -

 

Totaal van de twee parken:

     970                    2

            1072                       1010

A l g e m e n e   r e c a p u t u l a t i e 
(alleen van het kamp)
                                                                            

 

 

manschappen
present          hospitalen

totaal aan
mannen                 paarden

Generale Staf

 

     79                     -             

                       79                           -

1e divisie     5269                  729                      6060                         -
2e divisie

   

  4154                  410                      4789                         -

Cavaleriedivisie

 

  1428                    38

                     1473                       1033

Artillerie en genie                  970                    52                      1072                       1010
Garde Marmont       126                     -                         126                         132
Garde van het Hoofdkwartier   ...186...............21........... ..................207...........................-
 

Totaal: 

12212               1250                   13806                       2175

Deze aantallen gelden de Franse troepen. Verschillen ontstaan door manschappen die in aanvulling zijn of ontslagen. Tegen het einde van juli betrok de divisie van Dumonceau haar linies plus het grote artillerieterrein. Aantallen ontbreken hier.

Het totale kamp was samengesteld uit de volgende troepen:

Infanterie

Frans
Divisie Boudet:
              18e regiment jagers te voet.
              11e en 35e regiment inf. van linie

Divisie Grouchy:
              84e en 92e regiment inf. van linie.

Bataafs
Divisie Dumonceau:
              De Duitse grenadiers.
              19e bataljon infanterie.
              1e en 2e bataljon van Waldeck
             
10e, 17e en 18e bataljon infanterie      

Cavalerie

Frans     6e regiment huzaren
              
8e regiment jagers te paard

Bataafs 2e regiment dragonders
             1e regiment huzaren

Artillerie

Frans      8 compagnieën Franse artillerie

          Bataafs   4 compagnieën Bataafse artillerie te voet

1 compagnie Bataafse artillerie te paard en het bataljon van de nationale grenadiers. 

Bovenstaand overzicht werd samengesteld uit gegevens gevonden bij Floriet en in de archieven van het ministerie van Oorlog. Zij pretendeert geen volledigheid, omdat een gedetailleerd overzicht van de samenstelling van de Bataafse divisie nergens werd aangetroffen.

‘Overzicht van de sterkte van de Bataafse divisie
vóór
 vertrek naar Den Helder; zomer 1805.’

 

3e DIVISIE VAN HET KAMP VAN UTRECHT, BATAAFSCHE TROUPES

 

                                                                                                   

   

Present
_

Off.
       
/

Troepen
       
   

 

In
      
hosp.
      
_

Off.
      
/

Troepen
      

Ont-
slagen
      
_

  Off.

   
/

       Troepen
      

      
      Totaal

aan

   _

Mannen

/

Paarden
 


                                                                       
     

Lichte
infanterie

1e regt.

1e comp.

 27

  637

 

 

 

 

 664

 

 

2e regt.

2e comp.

 23

  587

   2

   35

 

 

 647

 

Infanterie
v. linie

1e regt.

1e comp.

 27

  591

 

   42

 

 

 660

 

 

 

2e comp.

 25

  601

 

   23

 

 

 649

 

 

2e regt.

1e comp.

 26

  541

   1

   40

 

    7

 615

 

 

 

2e comp.

 24

  540

   1

   49

 

    9

 623

 

 

Waldeck

1e comp.

 28

  559

 

   25

 

    1

 613

 

 

 

2e comp.

 26

  577

 

   16

 

 

 619

 

 

6e regt.

1e comp.

 26

  570

 

   53

 1

    3

 653

 

 

 

2e comp.

 24

  589

   1

   26

 

    4

 644

 

 

8e regt.

1e comp.

 25

  549

   2

   75

 

 

 651

 

 

 

2e comp.

 25

  534

   1

   84

 

 

 644

 

Pontonniers

detach.

 

   1

    29

 

 

 

 

   30

 

Dragonders

 

2 eskadr.

 19

  271

 

 

 

 

 290

 290

Huzaren

 

2 eskadr.

 18

  305

 

     2

 

 

 325

 290

Artillerie
te voet

 

5e comp.

 23

  417

 

     1

 

 

 441

 

Lichte
artillerie

 

4e comp.

   6

  113

 

     1

 

 

 120

   58

 

Totaal:

 

373

 8010    8  472  1      24 8888  638

                                                                                         

                                           Toevoegen                                                      3         50     die in Hellevoetsluis zijn.

                                         Totaal:                                                             376   8.060     officieren inbegrepen:               8.436

 

Volgens de Conventie moesten dit er 9.000 zijn en Marmont eiste dat de regering met de meeste spoed de nodige aanvullingen zou sturen.

 

 

                            Schema van vertrek uit het kamp, einde zomer 1804
 

1e bataljon

11e regiment infanterie van linie

30 oktober

naar Den Bosch

1e bataljon

18e regiment infanterie van linie

 

30 oktober

 

naar Gouda

1e en 2e bataljon

84e regiment

30 oktober

naar Arnhem

1e bataljon

infanterie

30 oktober

naar Den Haag

1e veldbataljon

Waldeck

30 oktober

naar Groningen

19e bataljon

infanterie

30 oktober

naar Den Helder

1e veldcompagnie

rijdende artillerie uit De Bilt

30 oktober

naar Den Haag

2e veldbataljon

Waldeck

31 oktober

naar Groningen

2e bataljon

grenadiers

31 oktober

naar Haarlem

2e bataljon

11e regiment infanterie van linie

31 oktober

naar Den Bosch

1 eskadron

huzaren uit Woudenberg

31 oktober

naar Haarlem

2e bataljon

18e regiment infanterie van linie

31 oktober

naar Utrecht

3e bataljon

84e regiment

31 oktober

naar Doesburg

10e bataljon

infanterie

  1 november

naar Haarlem

18e bataljon

infanterie

  1 november

naar Leiden

1 eskadron

huzaren uit Woudenberg

  1 november

naar Amsterdam

3e bataljon

35e regiment infanterie van linie

  1 november

naar Amersfoort

3e bataljon

11e regiment

  1 november

naar Den Bosch

1e bataljon

92e regiment

  1 november

naar Nijmegen

1e bataljon

grenadiers van Waldeck

  1 november

naar Haarlem

1e bataljon

grenadiers

  2 november

naar Amsterdam

2e en 3e bataljon

92e regiment

  2 november

naar Nijmegen

17e bataljon

infanterie

  3 november

naar Bergen op Zoom

1 eskadron

dragonders uit Soest

  3 november

naar Den Bosch

1e en 2e bataljon

35e regiment

  3 november

naar Utrecht


Uit andere bronnen blijken nog de volgende troepenverplaatsingen plaatsgevonden te hebben:
 

1 bataljon van depotbataljon

11e en 35e regiment plus 400 treinpaarden

naar Breda

1 compagnie

18e regiment lichte infanterie

naar Delft

1 compagnie

6e regiment huzaren

naar Deventer

sappeurs en mineurs

 

naar Naarden

2 compagnieën lijfwacht                Marmont

 

naar Utrecht

artillerie

300 treinpaarden

naar Utrecht

1 compagnie

8e regiment jagers

naar Zutphen

__________________________

 

MÉMOIRES

 DU GÉNÉRAL COMTE

FRANÇOIS DUMONCEAU

1790-1811

publicé d’après le manuscrit original

par

JEAN PURAYE

 

Illustrés d’aprè les estampes et les tableaux du temps

 

BREPOLIS – BRUXELLES

 

(Vrije vertaling uit gedeelte deel I)

Omstreeks midden juni 1804 [hij was toen veertien jaar oud/rl] bracht mijn vader twee dagen door in Groningen, toen hij opperbevelhebber Marmont begeleidde op een inspectiereis. De generaal werd met veel plechtigheid ontvangen. Artilleriesalvo’s vanaf de vestingwerken begroetten zijn intocht in de stad. Ik nam actief deel als artillerist in één van de batterijen, gestationeerd in het bolwerk links van de Oosterpoort; als speciale gunst werd ik belast met het afvuren van de stukken en ik was vervuld met trots. […]

De generaal werd vergezeld door zijn echtgenote en een talrijk gevolg. Zij streken neer in hotel De Doelen op het Grote Plein. Mijn vader logeerde in zijn eigen verblijf, was erg druk en kon grootvader niet bezoeken en ontving mij niet zoals bij enkele vorige gelegenheden om mij voor te stellen aan de generaal en aan mevrouw; hij beloofde bij die gelegenheid mij mee te zullen nemen bij zijn vertrek. Maar intussen hij werd verplicht  de opperbevelhebber te volgen op een omweg om Coevorden te bezichtigen, die hen langs de grens voerde en waarbij hij zich niet door mij kon laten vergezellen, reden om mij toe te vertrouwde aan de zorgen van mevrouw Marmont  die rechtstreeks terugkeerde. Zij was een jonge en vrolijke Parisienne, dochter van de rijke bankier Audry de Perregaux, koket en luchtig, zeer gesteld op adorering.[1] Hoewel haar dwingend was gevraagd om mij bij zich te nemen, nam zij niet de moeite mij in haar rijtuig plaats te laten nemen maar zorgde dat ik in die van haar kamermeisje kwam, waar ik mij in het gezelschap bevond van een adjudant van de generaal, die ononderbroken praatte met het meisje. Zij bewonderden het fraaie lommer van het Sterrebosch waarnaar wij verlangden en vergeleken haar koele gebladerte met dat van de Tuilleriën in Parijs, welke zo snel verwelkt.

Tegen de middag lunchten wij in Assen in de herberg die uitziet op het kanaal. Deze maaltijd, bereid door een ordonnans die ons voorgegaan was, en opgediend volgens Franse gewoonten, kwam mij vreemd voor vanwege het volstrekt gemis van vlees, eieren en dat soort zaken, en was samengesteld uit koffie, thee, chocolade, wijnen en likeuren. Het diner vond plaats in Zwolle, waar de generaals zich in de avond weer bij ons voegden en waar wij de nacht doorbrachten.

De reis leidde ons de volgende dag naar Arnhem, waar wij laat arriveerden, nadat wij onderweg het mooie goed Rosendaal bezochten, wat zeer de moeite waard was. Zo was er een verkleed persoon op het balkon dat een van de gevels van het kasteel versierde en waar we een zeer mooi uitzicht hadden.  Maar er waren talloze kleine gaten die dienden om water door te laten dat plotseling en bij verrassing opwelde en op die manier de mensen doordrenkten die op die plek kwamen om van het mooie uitzicht te genieten.

Omdat mijn vader bij het vertrek uit Arnhem opnieuw een omweg moest maken en het onjuist vond dat ik hem daarbij volgde, besloot hij mij regelrecht naar Haarlem te sturen om mij daar bij mijn moeder te voegen. Hij vertelde mij dit ’s ochtends bij het opstaan toen de kapper bezig was hem te poederen. Deze keer werd ik toevertrouwd aan de zorgen van een voerman en reisde alleen in een sjees, die mij dezelfde avond heel laat op mijn bestemming bracht.

Ik bleef daar maar twee of drie dagen. Mijn vader zou gaan kamperen in de omgeving van Utrecht en mijn moeder, die hem niet mocht volgen, peinsde er niet over alleen in Haarlem te blijven en keerde terug naar Groningen, en ik ging met haar mee […].

Daar keerde ik niet terug naar grootvader maar verbleef opnieuw in het ouderlijk huis  en nam weer intrek in mijn vroegere zijkamer, terwijl mijn moeder de naastliggende voorkant van het huis betrok waar zij zich onder mijn bescherming bevond, want zij was min of meer patiënt die leed aan nachtelijke angsten en wilde mij onder haar stembereik hebben in het geval dat nodig zou zijn.

Op zekere avond, toen ik naar bed wilde gaan, merkte ik in mijn kamer de nadering van een heftig onweer, ik zag de bliksem zich loodrecht boven een vrij hoge windmolen op de bolwerken ontladen en ik  merkte  dat het over de daken van de aangrenzende huizen passeerde. Tegelijkertijd schudde het hele huis tengevolge van een ontzettende donderslag. Ik hoorde dat mijn moeder in de aangrenzende kamer viel, terwijl ze riep Oh God! Oh God!  zoals haar gewoonte was in geval van angst. Toen ik haar snel te hulp schoot vond ik haar zittend op de grond, hield een karaf water aan haar mond om haar emoties te kalmeren en, nadat ik haar gerust gesteld had door haar te vertellen wat ik gezien had, nam ik haar mee om te kijken hoe het met de molen was afgelopen.

Men zag aanvankelijk niet meer dan een kleine vlam op het dak, waarna deze zich naar verschillende plekken leek uit te breiden. Tenslotte breidde een cirkel van vuur zich snel uit rondom de spil van de wieken en verspreidde zich in een ogenblik over hun hele lengte, terwijl ze bleven ronddraaien als een kunstmatige zon van vuur. Weldra ging het hele gebouw in vlammen op, van boven naar beneden. Hoewel aangrijpend, was het schitterend om te zien.

Ondertussen had mijn vader zich gevestigd in het kamp van Zeist en omdat hij meende dat het onze nieuwsgierigheid waard was, had hij mijn moeder bewogen om daar met zijn broer, oom Frans en met mij, enkele dagen door te brengen tijdens mijn vakanties. We vertrokken in de eerste dagen van augustus, reisden met een gehuurd rijtuig bespannen met vier paarden en, hoewel bij het aanbreken van de dag vertrokken, ondervonden we talloze vertragingen en was het bijna donker voordat we Assen verlieten om Zwolle te bereiken. Als extra tegenslag  daagde een storm op, vergezeld van onweer en stromen water, samenvallend met een diepe duisternis, terwijl wij de hoge dijken volgden, want de IJssel en het Zwartewater grenzen aan deze oorden. De koetsier  die verblind werd door de vrijwel onophoudelijke bliksemstralen en ook door de regen en de wind, wilde niet verder gaan. Telkens liepen wij gevaar in de rivier te tuimelen, die ons in de duisternis als een afschrikwekkende afgrond voorkwam. De voorkant van het voertuig, waar ik zat met het kamermeisje van mijn moeder, was open en slechts voorzien van doeken die wild dooreen geschud werden en ons maar weinig bescherming boden; wij allen voelden ons heel slecht op ons gemak en bovendien erg ongerust en wij waren blij toen wij tegen middernacht gezond en wel in de herberg aankwamen, de honger gestild door onze vermoeidheid. In het hotel waar wij verbleven waardeerde ik vooral de zachte kleine witte broodjes, cadetjes genoemd, die men ons serveerde voor de thee.

De tweede dag van de reis verliep veel gunstiger. Het weer was hersteld en wij passeerden terwijl we Zwolle verlieten,  hoge stenen muren, oude forten die nu verlaten waren en lange tijd heidevelden aan de andere kant van de IJssel en door generaal Daendels opgezette ontginningen, we doorkruisten de uitgestrekte, droge en monotone vlakten van Elspeet en kwamen in de namiddag voorbij Amersfoort in zicht van het kamp van Zeist, dat te zien vanaf de hoogten en daarop geattendeerd door de lange rij van haar witte tenten, glinsterend in de zon, zoals het in de verte te voorschijn kwam op het achterste deel van de vlakte, dwars voor ons, de rechterzijde beschermd door beboste heuvels en de linkerkant uitgebreid met een nederzetting in de richting van een oord aan de route die van Amersfoort naar Utrecht leidt [waarschijnlijk wordt hier Griethuyse ofwel de Oude Krakeling bedoeld/rl]. 

Dit kamp werd bezet door drie infanteriedivisies, twee Frans en één Bataafs, waarvan de laatste onder bevel van mijn vader, die de linkerkant vormde.[2]

Voor iedere rij tenten stond een hoge geplante spar, ontdaan van zijn lagere takken om slechts een pakket groen in de top te over te houden; ze stonden er bij, zei men, als de palmen van Egypte, waardoor meerderen die in het kamp verenigd waren ze als een glorieus souvenir koesterden en zich verheugden een vervanger te hebben gevonden.

Bovendien droegen deze lange rijen opgerichte bomen er toe bij om de monotone gelijkvormigheid van het kampement te doorbreken en het uiterlijk, samen met verschillende andere versieringen, dikwijls zeer vindingrijk, soms zelfs artistiek, op te vrolijken en waarvan vooral de officierstenten omringd waren, zoals onder andere schaduwrijke bosjes met banken of ligstoelen op het grasveld, tuintjes versierd met bloemen, vazen of  beeldjes, vijvers bevolkt met rode vissen en eenden, miniatuur boten of schepen, waterstralen of watervallen gevoed door enkele verborgen waterbakken; daarenboven, altijd in miniatuur, afbeeldingen van kastelen of militaire forten, perfect nagebootst in al hun details, in al hun afmetingen, voorzien van ophaalbruggen, omheiningen, gebouwen en verschillende andere toebehoren, zelfs de artillerie en het garnizoen, geleverd als speelgoed door de winkels van de Hernhutters in Zeist.[3]

Kortom, eindeloze creaties in alle soorten, zeer interessant om te bekijken en waarmee de officieren zowel als de soldaten hun vrije tijd vulden. De tent van de opperbevelhebber, geplaatst achter het middelpunt van het kamp, was eveneens zeer opmerkelijk vanwege de omvang, waarvan de samenstelling een monumentaal aspect vormde, bestaande uit een zeer hoge centrale koepel, die twee vleugels verbond die behalve de behuizing en de ontvangstzaal een ruime eetzaal bevatte; twee grote masten, voor de ingang geplaatst, droegen de ontvouwde kleuren van Frankrijk en de Bataafse Republiek.

Het artilleriepark was achter de rechterkant van het kamp gevestigd, de cavalerie kantonneerde in de omliggende dorpen.

Tijdens onze aankomst ter plekke waren alle troepen zeer druk bezig om de talrijke vernielingen te herstellen die veroorzaakt waren door het onweer van de vorige dag, die ook hier had huisgehouden en met name het linker deel van het kampement onder water had gezet.

Wij vroegen toestemming om hier te logeren. Mijn moeder bewoonde met haar kamermeisje een dubbele tent, geplaatst achter die van mijn vader. Oom Frans en ik kregen de beschikking over een veel kleinere, vierkante, van een onderluitenant en vlak ernaast opgesteld. Onze maaltijden vonden plaats aan de tafel van de staf van mijn vader.

De dagelijkse werkzaamheden waren erg stipt; de infanterie schoot op de schietschijf, of voerde veel manoeuvres uit. De cavalerie werkte deels in hun kantonnementen. De artillerie oefende op hun schietterrein, voor de rechtervleugel van de linie. Als artillerist ging ik daar dikwijls met plezier naar toe; het vuur was van een opmerkelijke nauwkeurigheid; in de verte, voorbij hun doelen, ontwaarden men zwervende soldaten  op zoek naar kanonskogels, zonder zich druk te maken over letsel waaraan zij zich blootstelden. Men zag hen zich op de grond werpen op een teken van vuur en ze lieten de projectielen over zich heen gaan, waarna zij  dadelijk weer opstonden om hun weg te vervolgen.

Zondags verzamelden alle troepen van de diverse onderdelen zich tegen negen uur in de ochtend in groot tenue,voor het kampfront, om door opperbevelhebber Marmont te worden geïnspecteerd. Hun aanzienlijke omvang, de volmaakt ordelijke opstelling en de levendige kleuren van hun uniformen leverden een indrukwekkend geheel op.

Weldra verscheen de opperbevelhebber in galop, gevolgd door een talrijke en schitterende staf, waarvan de lange pluimen in diverse kleuren, zoals ze in die tijd gebruikt werden, al van verre hun komst aankondigden.

Nadat hij snel de hele linie, die bestond uit ongeveer 20.000 manschappen, verdeeld in 28 bataljons, 12 eskadrons en 5 batterijen, waaronder een van de lichte Bataafse artillerie, langs was gereden, keerde de opperbevelhebber terug om zich in het centrum tegenover hen op te stellen en vervolgens eerst zijn persoonlijk bevel te geven, herhaald door de andere generaals, over de omgang met de wapenen door de successievelijke bataljons, over de hele uitgebreidheid van het front […].

( Na diverse oefeningen kwam men in de buurt van) de Krakeling waar de militaire bakkerijen waren gevestigd en waar men een half uur rustte en de lunch gebruikte.

Vervolgens begaf het leger zich op de terugweg volgens verschillende regels om zo voor het kamp terug te keren en het eindigde door het formeren van schuine carré’s, terwijl de restanten van de munitie die in de loop van de dag was uitgereikt werd afgevuurd, om zich daarna massaal te formeren aan de linkerkant van het kamp. De cavalerie die afzonderlijk op de vlakte rechts had gemanoeuvreerd, kwam er weer bij en men defileerde in lijn, eerst statig in de normale paradepas en vervolgens in versnelde pas, die iedereen tegen drie uur ’s middags weer thuis bracht, terwijl alle generaals gevolgd door hun staf de opperbevelhebber tot bij zijn tent volgden waar men die dag een groots diner had.

Een aanzienlijke menigte uit de deftige stand alsook uit alle andere klassen van de bevolking stroomde iedere keer toe om aan dit schouwspel bij te wonen en liepen daarna gedurende de rest van de dag door het kamp om daar curiositeiten van allerlei aard te bezichtigen.

Een lange rij van kantines, uitspanningen, geïmproviseerde herbergen achter het kamp trok tenslotte de zwerm bezoekers aan die er rondliepen, om er iets te gebruiken en de hele avond aan tafel bleven zitten, tot het uur waarop de militairen zich terugtrokken, aangekondigd door een kanonsalvo. Deze samenkomsten waren altijd zeer geanimeerd, opgevrolijkt bovendien door zich verplaatsende muziek, spelen en jongleurs van allerlei slag zoals op een volle jaarmarkt.

(Eind augustus is Dumonceau jr. teruggekeerd naar Groningen, waar hij vervolgens door oom Frans werd geïntroduceerd in de ‘société des grandes personnes.’ In 1805 werd Dumonceau sr. opgedragen het Bataafse leger te reorganiseren en daarna benoemd tot inspecteur-generaal. Terwijl de reorganisatie nog bezig was) werden de drie expeditionaire divisies in mei opnieuw in het kamp van Zeist samengetrokken. Deze keer hoefden de generaals daar niet permanent te verblijven en mochten in de omgeving gaan wonen zonder de verplichting iedere ochtend aanwezig te zijn bij de oefeningen van de troepen. Generaal Marmont nam bezit van het kasteel Driebergen, toebehorend aan de familie Van Oosthuizen, en mijn vader dat van Geerenstein onder Woudenberg, waar mijn moeder zich tegen midden juni vestigde en waar hij op de volgende 17e juli, nadat hij de organisatie waarmee hij belast was, had volbracht, zich bij haar voegde […].

(Nauwelijks vijftien jaar oud werd Dumonceau jr. op 28.6.1805 bevorderd tot onderluitenant bij  de garde dragonders. Hij vond dat zelf buiten alle proporties en ook) Dumonceau sr. weigerde aanvankelijk hardnekkig  er zijn steun aan te verlenen ondanks het aandringen van de kolonels Vichery en Rouget die daar tot mijn voordeel belang in stelden […].

(Jr. brak zijn militaire opleiding af en begaf zich op weg naar Geerestein, waarbij hij Utrecht zou overnachten in hotel het Kasteel van Antwerpen, waar hij verwacht werd. Helaas wist hij niet dat er twee hotels van die naam waren: het oude en het nieuwe. Hij ging naar het eerstgenoemde waar hij absoluut niet verwacht werd en zelfs geen enkele informatie over Geerestein kon krijgen, zodat hij zich nogal opgelaten voelde; toch was het kasteel in de omgeving van het kamp te vinden).

Ik begreep dat als ik mij naar het kamp zou begeven, ik er vervolgens vandaar naar toe zou kunnen gaan en  dat werd afgesproken; men zorgde voor een sjees bespannen met twee paarden en na te hebben gedineerd begaf ik mij tegen negen uur ’s avonds op weg; weldra viel de duisternis in en mijn koetsier, nauwelijks ouder en deskundiger dan ik, wist zijn paarden slechts met moeite door de diepe sporen te sturen van de mulle zandweg die in die tijd naar Zeist leidde, en kwam al slingerend slechts stapvoets vooruit; ik viel in slaap, verloor mijn hoed, liet stilhouden om die te gaan lopen zoeken en kwam, op alle mogelijke manieren vertraagd, pas na middernacht aan; alles sliep natuurlijk, de schildwachten van de infanterie weigerden mij te laten passeren, mijn koetsier werd gedwongen terug te keren, ik werd in de kale hei neergezet en viel op mijn bagage in slaap. De klap van het kanon voor de reveille, gevolgd door een formidabele weergalm van al de tamboers, bracht mij aan het begin van de dag weer op de been en een patrouille die mij had opgepikt, bracht mij naar de staf van de Bataafse divisie, vanwaar ik met een goederenwagen naar het betreffende kasteel werd gebracht, dat zich op twee mijl afstand bevond.

Dit kasteel Geerestein was een groot vierkant gebouw, op grote hoogte van ramen voorzien en omgeven door water. Het was min of meer vervallen als gevolg van een vrij langdurige leegstand en moest van beneden tot boven opnieuw ingericht worden om ons daar te ontvangen; ook trof men er slechts het aller-noodzakelijkste aan voor een verblijf van enkele maanden. Mijn vader was hier vanuit De Haag gearriveerd en begaf zich iedere ochtend op zijn paard naar het kamp en ik nam de gewoonte aan hem te vergezellen; wij waren voor het diner weer terug.

Dit kamp had nu een totaal ander voorkomen dan het voorgaande jaar. De tenten waren vervangen door op gras gebouwde barakken, bedekt met stro. Ter hoogte van de rechterzijde [van het kamp] tekende zich een immense vierkante met gras bedekte piramide af, waar bovenop een houten obelisk, ongeveer vijftien meter hoog, aan de binnenkant voorzien van een trap die naar zijn top voerde waar men door vier dakvensters genoot van een groots uitzicht, tot twintig mijl rondom.

Deze piramide werd in weinige dagen in de voorgaande herfst gebouwd door de in het kamp verzamelde troepen, voordat ze zich naar hun wintergarnizoenen verspreidden.

Ziehier hoe dit in zijn werk is gegaan, volgens hetgeen mij verteld is. De verschillende legerkorpsen kwamen beurtelings op het terrein waar de artillerie belast was met het snijden van de zoden. Iedere soldaat stak zijn  hoofd  tot onderin een distributiezak, kreeg op zijn rug enkele plakken van deze zoden, neergelegd op de plooien van de zak, die hij vervolgens met het bovenste uiteinde van zijn twee handen over zijn hoofd trok en vervolgens vertrok op het geluid van de tamboer die de aanval sloeg.[4] Een compleet bataljon waarvan iedereen net zo te werk gegaan was, besteeg de hoogte, stortte de zoden op het terrein van de piramide en keerde terug om nieuwe te zoeken. Dat alles werd met plezier uitgevoerd. De commandanten en generaals marcheerden aan het hoofd en gaven het voorbeeld. De geniesoldaten ordenden de zoden en stapelden ze in treden van een voet hoogte, tot aan de top. Onder het grondvlak bevonden zich in een daar geplaatste loden trommel de perkamenten naamlijsten van de verschillende korpsen, generaals, officieren, onderofficieren en soldaten, die het in het kamp bijeengebrachte Gallo-Bataafse leger vormden, samen met goudstukken, geld en andere monetaire soorten uit die periode. Ieder van de vier zijden was aan de onderkant voorzien van een groot stuk graniet die verschillende inscripties bevatte, waarvan ik tot mijn spijt de woorden niet meer kan herinneren[5], maar die in het midden was opgedragen aan keizer Napoleon, terwijl de anderen een verslag van de geschiedenis van het kamp en van de oorlog in die tijden bevatten, alsook de verschillende regimenten, generaals en korpscommandanten, waarvan men zich de naamlijsten herinnerde[6]. Momenteel zijn deze stenen verdwenen, behalve een fragment van de eerstgenoemde, die ik tijdens een bezoek aan deze plekken in 1829 vond, staande tegen een hut in de omgeving. De piramide op zichzelf is niet meer dan een vormloos bergje en is natuurlijk zijn houten obelisk kwijt geraakt, maar de naamlijsten zullen nog altijd onder het grondvlek liggen en zullen misschien op een dag in de toekomstige eeuwen de roemrijke namen van haar oprichters in de herinnering terugroepen[7].

Het verblijf in het kamp was dit keer van korte duur; een plotselinge vertrekorder bekortte het tot einde juli. De divisies moesten zich naar Den Helder begeven.

(Hierna volgen geen bijzonderheden over het kamp bij Zeist meer/rl).


 

Noten:

[1] Marmont trouwde op 12 april 1798 met Anne-Marie-Hortense Perregaux. Deze, geboren in Parijs op 18 oktober 1779 en overleden op 25 mei 1857, was een dochter van een beroemd bankier. Zij zijn in 1814 gescheiden. (Jean Lhomer Le banquier Perregaux et sa fille, Parijs 1926).

[2] Het legerkorps dat verenigd was in het kamp van Zeist onder bevel van maarschalk MARMONT vormde de extreem rechtse vleugel (AUGEREAU, in Bretagne, vormde de extreem linkse vleugel) van het leger voorbestemd voor de inscheping naar Engeland. De heidevelden die Zeist omringen hebben sinds lange tijd een terrein geboden dat geschikt was voor legerbivakken. Het was Lodewijk XIV die voor het eerst, in 1672, daar een militair kamp installeerde met het oog op de verovering van Amsterdam. Toen MARMONT werd belast met het commando over de in Holland gestationeerde troepen, was hij verrast door de ongedisciplineerde geest en de slechte uitrusting van de Hollandse soldaten. Hij besloot de Franse en Bataafse troepen te verenigen in een groot kamp. Hij koos voor Zeist zowel vanwege het droge terrein als de situering in het midden van het land. NAPOLEON, die bang was dat hier een ziektehaard zou ontstaan, schreef hem op 17 april 1804: ‘Ik ril bij uw idee om kampen in Holland te formeren.’ Marmont slaagde uitstekend. Op 20 juni plaatste men de eerste tenten, op 14 juli – verjaardag van de inname van de Bastille – inspecteerde Marmont de troepen van beide naties, 20.000 man in aantal. De uitwendige decoraties, de oprichting van de tenten, de maatregelen voor de bevoorrading en de hygiëne, de militaire oefeningen, de parades voor duizenden toeschouwers, de ontspanning aan de soldaten geboden, alles droeg bij om het kamp van Zeist een voorbeeld in haar soort te maken. (F.H.A. Sabron De stichting en de eerste vijf jaren van het bestaan van Austerlitz, 1804, in “De Navorscher,’ t. 64, 1915, pp. 353, 449 ss.).

[3] Zeist herbergde sinds 1746 een nederzetting van ‘Moravische broeders’ of wel Hernhutters die in de 19e eeuw ongeveer driehonderd personen telde, biddend en werkend in een commune volgens de regels van het besturend college gevestigd in Hernhut (Bertelsdorf). Maxime du Camp heeft in zijn werk getiteld En Hollande, lettres à un ami, Parijs 1859, pp. 232-248, deze gemeenschap beschreven, met haar kleine winkels voorzien van door de broeders zelf vervaardigde koopwaar die een zeer billijke winst opleverden. Over de “Moravische broeders,’ de oorsprong van hun broederschap, hun leerstellingen en hun levensregels, zie: G. Burchard, Zinzendorf und die Brudergemeinde, Gotha, 1866. Victor-Lucien Tapie Une église tchèque au XVe siècle, Paris, 1934. 

[4] mogelijk een verkeerde vertaling; het is een moeilijk begrijpbare zin.

[5] Les quatre pierres portaient les inscriptions suivantes:

1.- Pyramide élevée à l’auguste empereur des Français NAPOLÉON Ier , par les troupes campées dans la pleine de Zeyst, faisant partie de l’armée Française et batave, commandée par le général en chef MARMONT.

2.- Batailles gagnées par l’Empereur, batailles de Montenotte, de Dego, de Millesimo, de Mondovi, passage du Pô, bataille de Lodi, combat de Borguetto, passage du Mincio, batailles de Lonato, de Castiglione, de la Brenta, de St-George, d’Arcole, de la Favorite, de Chebreis, de Sediman, de Montabor, d’Aboukir, de Marengo. Partout où il combattit, il fixa la victoire. Par lui le territoire français fut agrandi d’un tiers. Il remplit le monde de sa gloire.

3.- Il termina la guerre civile, détruisit tous les partis, fit succéder à l’anarchie une sage liberté, rétabli le culte, releva le crédit, enrichit le trésor public, fit reconstruire les routes, en ouvrit de nouvelles, fit creuser des ports et des canaux, prospérer les sciences et les arts, améliora le sort du soldat, honora le métier des armes: la paix générale fut son ouvrage. La mauvaise foi de l’Angleterre renouvelle la guerre, il saura l’en punir.

4.- Les troupes campées dans la plaine de Zeyst, faisant partie de l’armée Française et batave, commandées par le général en chef MARMONT, et sous ses ordres par les généraux de division GROUCHY, BOUDET, VIGNOLLE, le lieutenant général batave DUMONCEAU, les généraux de brigade SOYEZ, CASSAGNE, DELZONS, LACROIX, GUERIN d’ETOQUIGNY, TIRLET, LERY, ROUSSEAU, DESSAIX, les généraux-majors QUAYTA et HELDRING, les colonels BALLEYDIER, VABRE, BREISSAND, SANCEY, CHALBOS, GRUARDET, PAJOL, SOMIS, FOY, ABOVILLE, DESVAUX, DELORT, CERIZE, MASSABEAU et DUGOMMIER, les colonels bataves CARTERET, COLAERT et USSLAR, ZUBERNON ord. en chef, et composées du 18e régiment d’infanterie légère, des no 35, 84 et 92e d’infanterie de ligne, des 10, 17, 18 et 91e bataillons bataves, de 2 bataillons de WALDECK et 2 bataillons de grenadiers du 6e régiment d’hussards et du 8e de chasseurs à cheval français, d’un régiment d’hussards et dragons bataves, de 4 compagnies du 8e régiment du corps impérial d’artillerie, de 4 compagnies d’artillerie à pied bataves, d’une compagnie d’artillerie à cheval bataves, du 7e bataillon bis du train d’artillerie Française, de 4 compagnies du train d’artillerie batave, de la 4e compagnie de mineurs français, de la 7e compagnie du 4e bataillon de sapeurs français et d’une compagnie de gendarmerie, ont élevé ce monument à la gloire de l’empereur des Français NAPOLÉON Ier à l’époque de son avènement au trône et en témoignage d’admiration et d’amour. Généraux, officiers et soldats, tous y ont travaillé avec égale ardeur. Il fut commencé le fructidor an 12 et terminé en 32 jours.

[6] Met het oog de troepen bezig te houden en de overwinningen van de Franse legers te eren besloot MARMONT een aarden piramide op te richten. De 9e september 1804 begonnen hijzelf, zijn officieren en zijn soldaten aan het karwei. De piramide was ongeveer 20 meter hoog; haar vier zijden werden met zoden bedekt en op elk van hen voerden trappen naar boven. Daar verhief zich een houten obelisk, voorzien van een draaitrap, met een hoogte van plm. 12 meter. De vier herdenkingsplaten, onderaan de trappen geplaatst, vereerden de keizer, zijn militaire overwinningen, zijn politieke daden en de bouw van de piramide. De 21e oktober 1804 vierde men het gereedkomen van het monument met een grote parade, een luisterrijk diner en een vuurwerk. De piramide werd de ‘Marmontberg’ genoemd of later ‘De Pyramide van Austerlitz.’ Deze laatste benaming is onjuist als men die in verband brengt de veldslag die niet eerder plaatsvond dan de 2e december 1805 Waarschijnlijk komt het overeen met het feit dat de gehuchten die bestonden uit de barakken en winkels in de nabijheid van het kamp van Zeist, genoemd Bois en ville, Marmontville en Petit Ville, in 1806 de naam dorp Austerlitz ontvingen. P.J. FREDERIKS De pyramide van Austerlitz, Amersfoort, 1895.

[7] Op het ogenblik dat François Dumonceau zijn memoires schreef waren de documenten nog steeds verborgen onder het grondvlak van de Pyramide van het kamp van Zeist. Daar werden zij in 1893 door de heer Jean DE BEAUFORT ontdekt. Het terrein van het kamp van Zeist, dat aan de Staat behoorde, werd in stukken verdeeld en aan particulieren verkocht (lees: geschonken/rl). De verkoop van de houten obelisk bracht de som van 225 gulden en vijf centen op. In 1885 werd het terrein waarop zich het vormloze bergje bevond, aandenken aan de piramide, eigendom van de heer Jean DE BEAUFORT. Deze besloot het monument te restaureren en gaf in 1888 opdracht aan architect VAN DER WERF te Amersfoort het ontwerp te maken. Na enig zoekwerk vond de eigenaar de herinneringsstenen en in 1893 de loden bus die de in 1804 gemaakte naamlijsten bevatten. In 1894 liet hij een nieuwe obelisk van steen en hardsteen oprichten, die een inwendige trap bevatte en naar een platform leidde. Deze was 12 m. verheven boven de piramide. De pYramide zelf werd in 1895 gerestaureerd. Het geheel domineert opnieuw de vlakte van Zeist. A. HALLEMA Een gezicht op het Zeister kamp in 1853 in ‘Historia,’ t. VI, 1940, pp. 232-234. M.D. LAMMERTS De legerplaats bij Zeist in ‘Ons Leger,’ t. 32, 1948, pp. 39-43.

 

 

 

 

 

gratis website teller